Een gasfles gebruiken, zonder zorgen

De gouden regels

  1. Koop alleen een Antargaz gasvulling in een door Antargaz verzegelde fles. Een Antargaz gasfles wordt immers na het navullen verzegeld. Zo bent u er zeker van dat de fles is gecontroleerd en de juiste gassamenstelling en hoeveelheid bevat. Belangrijk: accepteer nooit een propaanfles met LPG / autogas die illegaal is nagevuld bij een  tankstation. Dit is  verboden en levensgevaarlijk! Zie ook wat de overheid, de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), hier over zegt in haar nieuwsbrief van 16 augustus 2016.

    De Antargaz gasflesverzegeling:
    Zegels.JPG
    Neem geen risico! Indien u twijfelt over de verzegeling, geen, of een vreemde verzegeling op uw aangeschafte Antargaz gasfles aantreft, adviseren wij u voor uw veiligheid en kwaliteit contact op te nemen met Antargaz. Wij helpen u verder.
  2. Volg de instructies: Lees het informatielabel op of om de fles en volg ook de instructies op die bij de drukregelaar en het gastoestel horen.
  3. Zorg voor voldoende ventilatie. Bij opslag, vervoer en gebruik. Wordt er voldoende geventileerd, hoopt gas zich bij een eventuele lek niet op. Gebruikt u een gasfles buiten, graaf de gasfles dan nooit in en plaats hem niet bij een ventilatierooster van aangrenzende ruimtes. Ook zorgt voldoende ventilatie voor een goede verbranding. Een onvolledige verbranding geeft het zeer gevaarlijke en reukloze koolstofmonoxide.
  4. Gebruik de gasfles altijd rechtop en zorg dat deze niet om kan vallen. Bij opslag vervoer en gebruik. Ook de drukregelaar op de fles is enkel ontworpen voor staand gebruik. Het gas dient namelijk in dampvorm afgenomen te worden. Zet de gasfles onmiddellijk terug rechtop indien ze is omgevallen.
  5. Zet een fles niet in lager gelegen ruimtes. Zet de fles ook niet in de buurt van een keldergat of open putten. Omdat propaan in een gasfles zwaarder is dan lucht, zakt eventueel vrijgekomen propaangas naar beneden. Zo vermijdt u gevaarlijke gasophoping in de kelder of lager gelegen ruimtes.
  6. Zet een gasfles nooit te dicht in de buurt van hittebronnen. Blijf met een fles uit de buurt van hittebronnen en open vuur.
  7. Wanneer uw de gasfles langdurig gebruikt of wanneer de inhoud van de gasfles bijna leeg is, kan er ijsvorming ontstaan aan de buitenkant van de gasfles. Raak dit in geen geval aan (bevriezingsgevaar). Gebruik handschoenen.
  8. De drukregelaar om de vijf jaar vervangen. Volg de instructies van de handleiding die bij de drukregelaar hoort. Vervang de regelaar na vijf jaar om zeker te zijn dat membranen en dichtingsringen niet poreus of uitgedroogd kunnen raken waardoor er lekkage kan ontstaan of een goede werking niet meer gegarandeerd is.
  9. Gebruik nooit een drukregelaar die beschadigd of verroest is.
  10. Vergeet niet de juiste drukregelaar te kiezen (geregelde druk en capaciteit) die noodzakelijk is voor uw toestel. Let ook op de wettelijke voorschriften met betrekking tot het verplicht gebruiken van een drukregelaar met afblaasventiel (ook wel overdrukventiel genoemd). Deze zijn verplicht voor camper en caravangebruik maar ook in de pleziervaart. Dit type drukregelaar zorgt er voor dat, mocht de drukregelaar niet goed werken, de doorgelaten, op dat moment ongeregelde druk, niet te hoog kan worden. Dit zou tot gevaarlijke situaties kunnen leiden. Op het moment dat de druk te hoog zou oplopen zal deze bij een dergelijke drukregelaar worden afgeblazen via het afblaasventiel op de drukregelaar die zich niet in de leefruimtes bevindt, maar in de speciaal daarvoor ingerichte gasbung, waar ook de fles opgesteld behoort te staannoodzakelijk is voor uw toestel.
  11. Gebruik nooit een gasfles zonder drukregelaar en/of doorstroombegrenzer. Let ook op de voorschriften. Soms zijn er strengere reglementen van toepassing opgelegd door de verzekering of locatiebeheerder waar de gasfles gebruikt wordt. Laat uw vaste installaties altijd aanleggen door een erkende propaangasinstallateur.
  12. Controleer of de drukregelaar voorzien is van een geschikte onbeschadigde rubberen dichtingsring. Is dit niet zo, neem geen risico en vervang de drukregelaar. Kies de originele propaangas dichtingsring. Ongeschikt rubber of plastic kan worden opgelost door propaan waardoor een lekkage kan ontstaan!
  13. Gebruik altijd een geschikte gasslang goedgekeurd voor propaan voor de aansluiting tussen de gasdrukregelaar en uw toestel. Laat u goed informeren door uw leverancier. Gebruik nooit een tuinslang of ander soort slang, zelfs niet tijdelijk, dit is levensgevaarlijk wegens het grote risico op een gaslekkage en zorgt mede voor vervuiling van het gas en dus ook van uw toestel.
  14. De slanglengte is belangrijk. Ook hangt de maximale toegestane lengte van de slang hangt af van de specifieke toepassing. Wij adviseren zo kort mogelijk zonder dat de slang op trek wordt belast of geknikt wordt. Zo mag bijvoorbeeld bij huishoudelijk gebruik (inbouwtoestel) maximaal 2 meter worden toegepast. Op een plezierjacht is echter maximaal 1 meter, en in een vrijetijdsvoertuig maximaal 0,75 meter slanglengte toegestaan. De slangen moeten altijd voorzien zijn van deugdelijke koppelingen, bij voorkeur aangeperste koppelingen (in de pleziervaart verplicht) doch waar dit niet is voorgeschreven tenminste een geschikte slangklem. Een slang mag nooit op trek worden belast. Zorg ook dat niemand over de fles of slang kan struikelen.
  15. Vervang de gasslang tijdig. Neem geen risico, want hij verdroogt sneller dan u denkt. Inspecteer de slang regelmatig en vervang hem bij geconstateerde beschadiging of verdachte plekken: bij twijfel vervangen, doch wij adviseren een gasslang maximaal 2 jaar te gebruiken (het jaartal staat op de slang afgedrukt). Let ook op de voorschriften. Soms zijn er strengere reglementen van toepassing opgelegd door de verzekering of locatiebeheerder waar de gasfles gebruikt wordt.
  16. Is alles gasdicht? Controleer altijd na aansluiten en openen van de fleskraan of alle verbindingen gasdicht zijn. Gebruik hiervoor een sopje (afwasmiddel met water). Ziet u gasbellen: de fleskraan sluiten, verbindingen opnieuw aanbrengen of bij twijfel uw Antargaz flesdealer of een vakman raadplegen.
  17. Houd een gasfles ver van brandende sigaretten, een vlam of open vuur. Zeker tijdens het aansluiten, omdat dan de kans op ontsnappend gas groter is.
  18. Houd de gasfles buiten bereik van kinderen en onbevoegden.
  19. Sluit altijd eerst de gaskraan van het toestel, en dan die van de gasfles. Gebruikt u langer geen gas, sluit dan de fleskraan. Ook van een lege gasfles de kraan altijd gesloten houden! Gebruik nooit geweld of gereedschap om de fleskraan te openen of te sluiten!
  20. Laat een lege Antargaz fles niet staan, maar breng ze terug naar een Antargaz-dealer in uw buurt. Ook wanneer u een halflege of zelfs nog volle fles niet meer gebruikt, brengt u die best terug naar een Antargaz-dealer. Neem de bijbehorende Antargaz waarborgkaart van uw fles mee, zo krijgt u uw waarborg terug.
  21. Ruikt u gas? Belangrijk als dit veilig kan: Draai eerst uw gasfles dicht, schakel uw gastoestel uit en ventileer.

Is er sprake van een ernstige gaslekkage of brand: volg ons noodplan op!

Voor vragen of opmerkingen over onze gouden regels voor het veilig en onbezorgd gebruik van Antargaz gasflessen kunt u uiteraard contact met ons opnemen. Wij helpen u graag verder.